TWINTIG EEUWEN STADSONTWIKKELING IN BEELD.
EEN OPGRAVING AAN DE LUTKENIEUWSTRAAT
TE GRONINGEN.
J.Y. Huis in ’t Veld
Samenvatting
Eind 2004 is het congrescentrum ‘Het Tehuis’ aan de Lutkenieuwstraat
gesloopt. Ten behoeve van geplande nieuwbouw moest ter plekke van het voormalige
congrescentrum een diepe ondergrondse parkeergarage worden aangelegd. Hiervoor
was het nodig de grond over het gehele terrein, ca. 0,25 ha, tot 2,3 m beneden
maaiveld af te graven. Gezien de hoge archeologische verwachtingen van het terrein
is dit in 2005 door middel van een archeologische opgraving uitgevoerd. Daarbij
is het terrein opgedeeld in vijf werkputten die vlaksgewijze (in maximaal negen
vlakken) werden verdiept tot op de pleistocene zandondergrond.
De oudste mobiele vondst van de opgraving betreft een vuurstenen pijlpunt uit
het laat-neolithicum of de vroege bronstijd. Deze is gevonden op de top van
het natuurlijke dekzand. Hier is ook een groot aantal archeologische grondsporen
gedocumenteerd. Het gaat om sloten, greppels, kuilen, paalgaten en waterputten.
De oudste sporen dateren uit de late ijzertijd: een aantal greppels, kuilen
en paalgaten. Gezien de hoeveelheid aardewerk uit deze periode is het denkbaar
dat men toentertijd op of in de directe omgeving van het terrein heeft gewoond.
In de Romeinse ijzertijd is (een deel van) het terrein als akker in gebruik:
een grote hoeveelheid ploegkrassen tekende zich af in het dekzand. Deze ploegkrassen
zijn ontstaan doordat de punt van het eergetouw tijdens het ploegen in de ongestoorde
grond sneed. In de bouwvoor die door het ploegen ontstond, is een groot fragment
Romeins aardewerk, terra sigillata, aangetroffen. Deze bijzondere scherf dateert
uit de 1e - 2e eeuw na Chr.
Iets later (vermoedelijk aan het eind van de Romeinse ijzertijd) staat op de
voormalige akker een woonstalboerderij met een noordoost-zuidwest oriëntatie.
De exacte vorm en afmetingen van de huisplattegrond zijn enigszins onduidelijk;
mogelijk gaat het om een type dat bij opgravingen in Midlaren voor het eerst
is herkend. Eerder is een dergelijke plattegrond aangetroffen bij opgravingen
op het terrein van het Roode Weeshuis te Groningen.
In de vroege middeleeuwen wordt het land opnieuw bewerkt. Er zijn verschillende
smalle greppeltjes uit deze periode aangetroffen. Een aantal parallel gelegen
oost-west georiënteerde greppels buigt af in noordoostelijke richting.
Hierdoor lijkt het alsof zij een klein gebied (deels) omsluiten. Wat de functie
van deze greppels is geweest, is niet geheel duidelijk. Mogelijk begrenzen zij
een aantal kleine akkers.
In de 9e eeuw na Chr. wordt een (erf)sloot gegraven. Deze sloot heeft dezelfde
oriëntatie als de huidige Lutkenieuwstraat. De oriëntatie van deze
en latere (erf)sloten blijft vanaf dit moment dezelfde. Aan het begin van de
late middeleeuwen staat op het terrein weer een gebouw. Vermoedelijk is dit
een schuur van het type Gasselte C geweest. Het feit dat een aantal waterputten
en waterkuilen uit deze periode is aangetroffen, duidt erop dat in de directe
omgeving ook woonhuizen gestaan zullen hebben. Hiervan zijn echter geen restanten
aangetroffen.
In de periode tussen de 11e-12e eeuw wordt het terrein en de directe omgeving
langzaam opgehoopt met plaggen en mest. Hierdoor ontstaat een uiteindelijk ca.
0,5 m dikke es. Een aantal ploegvoren, ditmaal van een keerploeg, geeft aan
dat het terrein als akker dienst deed.
In de 12e eeuw wordt het terrein vervolgens opgenomen in een grootschalige strokenverkaveling
waarbij een groot deel van de oude binnenstad opnieuw wordt ingedeeld.
Aan de zuidkant van het opgravingsterrein zijn de resten aangetroffen van een
gebouw uit de 13e-14e eeuw. Van dit gebouw zijn de grondverbeteringkuilen met
veldkeien van de noordelijke rij gebinten teruggevonden. Het gebouw lijkt een
voorloper van het type Drentse hallenhuis te zijn.
Mogelijk staat er in de 14e-15e eeuw een (bakstenen) gebouw in het midden van
het opgravingsterrein. Van dit gebouw is alleen een grote rechthoekige kuil
gevonden die vermoedelijk de plek van de kelder markeert. Hoewel ieder spoor
van fundamenten ontbreekt, is een puinrijke greppel als uitbraaksleuf van de
fundering te interpreteren. Rondom het gebouw lag een vrij brede sloot. De (metaal)vondsten
uit deze sloot wijzen op enige rijkdom van de bewoners.
De eerste resten van bakstenen gebouwen, direct grenzend aan de huidige Lutkenieuwstraat,
dateren vanaf ongeveer het einde van de 15e eeuw. In eerste instantie lijkt
het vooral om kleine werkplaatsjes te gaan. In 1569 worden deze werkplaatsjes
opgevolgd door een nieuw gebouw: een kaatsbaan. Van dit gebouw, dat bekend is
uit historische bronnen, waren een groot deel van de zuidmuur en een stuk van
de vloer overgebleven. Het gebouw is al in de eerste helft van de 17e eeuw onderverdeeld
in een aantal kleine huisjes. Van deze huisjes, waarvan een aantal pas in de
20e eeuw is gesloopt, zijn enkele muurfundamenten, keldervloeren, een oven en
vier beerkelders aangetroffen.
Het oudste deel van Het Tehuis is aan het einde van de 19e eeuw gebouwd. Het
gebouw werd verscheidene keren uitgebreid, totdat het in omvang vrijwel het
gehele opgravingsterrein besloeg.