PUBLICATIES
De Stichting Monument & Materiaal publiceert in eigen beheer reeds vanaf 1983
boeken op het gebied van archeologie en bouwhistorie. Een korte inhoud van de
boeken is op deze pagina beschreven. De boeken zijn te koop bij de Stichting M&M, De Dienst RO/EZ en de boekhandel. De jaarboeken zijn mede tot stand gekomen in samenwerking met de Gemeente Groningen.
Van de jaarboeken van de reeks HERVONDEN STAD is het mogelijk om de verschillende hoofdstukken vanaf 1996 t/m 2008 te downloaden. Aan de linkerkant onderaan ziet u een balk Hervonden Stad. Klik op die balk en er opent zich een andere website. Klik op het jaarboek naar keuze en de hoofdstukindeling komt in beeld. Door op het nummer links van het hoofdstuk te klikken, opent dat hoofdstuk als PDF-document.
Hebt u bezwaar tegen het beschikbaar stellen van uw artikel op het Internet, wilt u dan contact opnemen met de Stichting Monument & Materiaal.
|
"We hebben ook nog wat lapjes, zou je daar eens naar willen kijken?"
Met deze vraag is een zoektocht begonnen die leidde tot dit boek. Twee opgravingen later bleek de gracht van het Groningse Kasteel van Alva een recordaantal textielresten uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog prijsgegeven te hebben.
Over het dagelijks leven van de gewone mensen in de stad in de zestiende eeuw is weinig bekend. Een zo grote textielvondst kan daarom iets ontsluieren over datgene wat de mensen letterlijk nauw om het lijf spant, namelijk hun kleding. Er zijn delen gevonden van jassen en broeken, van kousen en hosen, handschoen en wanten, mutsen en hoeden, vondsten die allerhande vragen oproepen.
Welke kleding werd door welke mensen in Groningen gedragen? Van welke stof was die kleding en hoe werd die stof gemaakt? Hoe was de mode en in het zestiende-eeuwse Groningen en welke veranderingen traden daarin op? En wat kan gezegd worden over de mensen die de kleding maakten en verstelden?
Textiel in context doet een poging deze vragen te beantwoorden.
|
Textiel in context omvat 399 pagina's, is voorzien van een harde kaft en meet 25 × 17 cm. Het boek is te koop bij de Stichting M&M en bij de Groninger boekhandel. De prijs bedraagt 20,00 euro (exclusief verzendkosten) en heeft als ISBN-nummer: 978-90-77957-08-0.
|
JUBILEUMBOEK
In 2003 vierde de Stichting Monument & Materiaal haar twintigjarige bestaan. Dit lustrum was een reden voor een aantal speciale initiatieven.
Een ervan is het uitgeven van een jubileumboek. De auteurs zochten in hun archieven en groeven in hun herinnering.
Dat het daarbij relatief veel over de eerste jaren gaat, is te begrijpen: we
kijken met de ogen van nu met een mengeling van verbazing en bewondering naar
die pioniersfase.
De medewerkers van M&M hebben de verloren historie letterlijk opgediept en de
doorgaans afgeschreven informatie voor iedereen toegankelijk gemaakt. Het beschrijven
van twintig jaar activiteiten in dit jubileumboek maakt iets van de waardering
voor hun werk zichtbaar.
De inhoud van dit boek bestaat onder meer uit de volgende
artikelen:
- Twintig jaar historie, gezien vanuit het bestuur;
- Interview met de Groninger stadsarcheoloog;
- Organisatie en medewerkers;
- Afdeling Bouwmaterialen en haar coördinatoren;
- Herplaatst bouwmateriaal;
- Anekdotes.
Gered verleden omvat 56 pagina's en is rijk geïllustreerd met meer dan vijftig afbeeldingen.
Het boek is in liggend formaat, meet 24 × 16 cm en heeft als ISBN-nummer 90-72177-07-X. Het jubileumboek is voor 8,00 euro te koop bij de Stichting Monument & Materiaal en bij de Groninger boekhandel.
|
Hervonden Stad is de titel van een reeks publicaties waarmee eind 1996
van start is gegaan. Het betreft jaarboeken waarin een gevarieerd overzicht
wordt gegeven van plaatsgevonden archeologisch- en bouwhistorisch onderzoek,
alsmede belangrijke restauratieprojecten binnen de gemeente Groningen.
Het uitgeven van jaarboeken met daarin de genoemde verslagen en met korte andere
artikelen zijn bedoeld als aanvulling op bestaande documentatie. Het is echter
ook bedoeld om bij een breed publiek belangstelling op te wekken voor de Groninger
geschiedenis. Vaktermen worden uitgelegd in voetnoten of in een woordenlijst.
Het is een samenwerkingsproject en een gemeenschappelijke uitgave van de Stichting
Monument & Materiaal en de Dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken
van de Gemeente Groningen. De jaarboeken zijn rijk geïllustreerd met foto's en tekeningen en meten 16 × 24 cm. De vormgeving ligt in handen van Studio van Stralen.
De jaarboeken hebben als ISSN-nummer 13860208 en zijn te koop bij de Stichting M&M, de Dienst RO/EZ en de boekhandel:
vanaf 1996 (uitverkocht evenals 1999, 2000, 2001 en 2002) tot 2003 kost 8,00 euro;
vanaf 2003 t/m 2004 kost 10,00 euro;
vanaf 2005 t/m 2007 kost 12,00 euro;
vanaf 2008 t/m 2010 kost 13,50 euro;
De prijzen van alle genoemde jaarboeken zijn exclusief verzendkosten. Voor meer informatie kunt u vragen
naar de coördinator secretariaat Joke Leutscher. Telefoon 050 3146246 of e-mail menm@stichtingmenm.nl.
Hervonden Stad 2011 geeft een overzicht van archeologisch en bouwhistorisch onderzoek en restauraties in het voorgaande jaar in de gemeente Groningen. Ook is in deze aflevering weer een scala aan specialistische artikelen opgenomen, waarin dieper ingegaan wordt op de achtergronden van in de afgelopen jaren aangetroffen bijzondere vondsten, waarvan zowel de datering als aard sterk uiteen lopen.
Zo wordt aandacht besteed aan de verspreidingspatronen van vuursteen, tevoorschijn gekomen bij opgravingen ten oosten van de stad Groningen waar de nieuwe woonwijk Meerstad wordt ontwikkeld. De belangrijkste artefacten, daterend uit de middensteentijd (Mesolithicum), betreffen pijlbewapening die waarschijnlijk gerelateerd kan worden aan een tijdelijk kampement waar jagers hun vuurstenen jachtwapens vervaardigden.
Uit de 12e/13e eeuw dateren drie hoogversierde tinnen lepels die zijn aangetroffen bij opgravingen op de locaties Hoge der A 4, Zernike en De Held III. Een gemeenschappelijk decoratiemotief op de binnenzijde van de lepelbakken vormt die van twee vissen. Op iconografische gronden wordt verondersteld dat dergelijke lepels een rol hebben gespeeld als huwelijksgeschenk.
Van een (bewust gebroken) 13e-eeuws zwaard, gevonden in de Oude Boteringestraat, wordt duidelijk gemaakt hoe dit stuk wapentuig er oorspronkelijk heeft uitgezien. Verslag wordt gedaan van het hersmeden van een historisch verantwoorde replica.
Twee artikelen behandelen hervonden 17e-eeuwse interieurafwerking. Het betreft hier een partij diertegels uit Oude Kijk in 't Jatstraat 8, en enkele restanten van een hergebruikt wandtapijt met landschappelijke decoratie uit Oosterstraat 29. Stilgestaan wordt onder meer bij de geschiedenis en productie ervan. De gerestaureerde textielrestanten zullen opgenomen worden in de collectie historische wandafwerkingen van het Groninger Museum. De diertegels wachten nog op een passende bestemming.
Tijdens opgravingen aan het Boterdiep-oostzijde zijn zes bijzondere, 19e-eeuwse waterputpompen aangetroffen. Het betreft zogenaamde plunjerpompen, waarvan de historische en archeologische achtergronden nader worden beschreven.
Speciale aandacht gaat tenslotte uit naar de intrigerende vondst van twee 18e-eeuwse skeletten van een man en een vrouw, die tezamen in een éénspersoons grafkist werden aangetroffen tijdens opgravingen op de begraafplaats van het Martinikerkhof zuidzijde. Dankzij archiefonderzoek konden zij worden geïdentificeerd als de stoffelijke overschotten van Jan Berends Bakker en zijn vrouw Elisabeth Classen Steenhuisen en kon een verklaring worden gevonden voor hun krappe gezamenlijke laatste rustplaats.
|
Hervonden Stad 2010 geeft een overzicht van archeologie, bouwhistorie en restauraties in het voorafgaande jaar in de gemeente Groningen.Het eerste deel van het boek omvat drie jaarverslagen van bovenstaande disciplines. Vervolgens wordt artikelgewijs dieper op interessante vondsten of onderzoek ingegaan.
Deze aflevering van Hervonden Stad staat voor een groot deel in teken van sloop. Natuurlijk zijn sloopwerkzaamheden wel vaker aanleiding voor de ontdekking van bijzondere vondsten, maar dit jaar speelt sloop een wel heel belangijke rol. De (plotselinge) sloop van de Friesch-Groningsche Beetwortelsuikerfabriek aan het Hoendiep was aanleiding om de geschiedenis van dit fabriekscomplex te onderzoeken. In Van Suiker tot sloop worden de oudste bouwdelen van de fabriek beschreven die tijdens de sloop langzaamaan steeds meer in het zicht kwamen. Net als bij de Suikerfabriek deden de sloopwerkzaamheden van de oostwand van de Grote Markt na de oorlog letterlijk en figuurlijk veel stof opwaaien. In het tweede deel van Ruïnes op de Grote Markt wordt dieper ingegaan op de beweegredenen en motieven van degenen die de sloop en herbouw rond de Grote Markt in goede banen probeerden te leiden.
Het slopen van (cultuur)historisch waardevolle gebouwen is van alle tijden en zal in de toekomst dus ook wel onontkoombaar zijn, maar het kan de cultuurhistorie van Groningen ook verrijken. Zo was de sloop van een garage op het Cibogaterrein aanleiding voor de vondst van twee bijzondere pelgrimsinsignes. Deze insignes worden in Teekens die ghy draegt an uwen hoet in een bredere context gezet, waardoor ons een blik op het intrigerende cultuurhistorische fenomeen van de toenmalige heiligenverering en bedevaart geboden wordt. Een tweede verrassing kwam uit de Oude Ebbingestraat 89. Dit pand herbergde Een beschilderde schoorsteenboezem uit de 18e eeuw, die jarenlang achter schotwerk verborgen was geweest. Omdat het gehele interieur gesloopt moest worden om één winkelruimte te realiseren, kwam de schouw aan het licht. De vondst betekende echter ook het einde van de schildering.
Gelukkig wordt er in Groningen ook vele oude bouwmaterialen die vrijkomen bij sloopwerkzaamheden 'gered'. Met enige trots kan de Stichting Monument & Materiaal zeggen dat zij de grootste collectie 19e-eeuwse binnendeuren van de provincie Groningen in depot heeft. Kleurhistorisch onderzoek resulteerde het artikel in Kleuren op deuren waarin beschreven wordt welke kleuren in welke tijdsperioden 'in de mode' waren.
|
Hervonden Stad 2009 geeft een overzicht van archeologie, bouwhistorie en restauraties in de gemeente Groningen. Het eerste deel van dit jaarboek omvat drie jaarverslagen over 2008 van bovengenoemde disciplines. Vervolgens wordt artikelgewijs dieper ingegaan op interessante vondsten of onderzoeken uit uiteenlopende jaren.
In deze aflevering van Hervonden Stad worden door het hele boek heen onderdelen van diverse schouwen besproken. Het spits wordt afgebeten door een topvondst uit 2009, ontdekt bij de archeologische opgraving aan het Boterdiep. Het betreft een aantal fragmenten van eens in bonte kleuren beschilderde, 17e-eeuwse schoorsteenbeelden van terracotta, behorende tot meerderde schouwen. Ze hebben in de grond een dikke laag zwarte olie te verwerken gekregen, maar spreken niettemin nog zeer tot de verbeelding. Een andere schouw vinden we in de voorkamer van Noorddijkerweg 32, die bij restauratie een bijzonder schilderstuk prijsgaf, bestaande uit een dorpstafereel van huizen, bomen met op de achtergrond een toren en een scheepsmast. Weer een andere schouw met beschilderde schoorsteenstukken in rococostijl duikt op in het artikel over het Zeylsgasthuis, waar halverwege de 18e eeuw flink in ver- en herbouwd is.
Daarnaast wordt een 17e-eeuwse dekselpot van Delfts aardewerk besproken, waarop in Chinese stijl een landschapsscène is afgebeeld. Deze dekselpot, afkomstig van de Euvelgunnerweg 28, heeft wellicht ooit een schoorsteenmantel gesierd als pronkerige vorm van binnenhuisdecoratie, alvorens in gebroken toestand te zijn weggegooid en in de modder terecht gekomen.
Van andere aard, maar eveneens bedoeld om te imponeren, is een 17e-eeuwse wapensteen van Bentheimer zandsteen, die oorspronkelijk de Waag op de Grote Markt heeft verfraaid, maar die sinds de afbraak van dat gebouw een zwervend bestaan heeft geleid.
In het uitgebreide artikel over de ruïnes op de Grote Markt, een direct gevolg van de oorlogshandelingen bij de bevrijding van de stad in 1945, wordt op zowel kleurrijke als genuanceerde wijze het toenmalige spanningsveld beschreven tussen de voor- en tegenstanders van instandhouden of juist nieuwbouw.
Tot slot wordt aan de hand van een aantal interessante restauratieprojecten in geuren en kleuren de carrière van Berend Raangs, restauratiedeskundige van de gemeente Groningen, onder de loep genomen.
|
Hervonden Stad 2008 geeft een overzicht van archeologie, bouwhistorie en restauraties in het voorafgaande jaar in de gemeente Groningen. Het eerste deel omvat drie jaarverslagen van bovenstaande disciplines en vervolgens wordt artikelsgewijs dieper op interessante vondsten of onderzoek ingegaan.
Het is niet alleen spannend om te reconstrueren wat ergens gestaan of gelegen heeft. Minstens zo interessant is om daarbij de gedachtegang van toen te volgen: Waarom is een bepaalde bouwkundige oplossing gekozen? Waarom werd gesloopt, wat werd gerespecteerd? De sporen in muren, in de grond en in archieven brengen zo de (ideeën van de) mensen van vroeger heel dichtbij.
Zo laat de interessante bouwgeschiedenis van de galerij aan de Brugstraat zich lezen als een projectontwikkelplan avant la lettre, en maakt ons duidelijk dat de bouw van deze galerij niet alleen'hip' was, maar veel meer voeten in aarde had. En de vergissingen die gemaakt zijn door Jacob van Deventer bij het inmeten van zijn beroemde kaarten, geven inzicht in zijn meetmethoden.
Het postkantoor, ooit neergezet omdat de telecommunicatie een steeds grotere rol ging spelen, heeft - dankzij de snelheid van de ontwikkelingen - zijn functie nu alweer verloren. Ook het vrouwengestoelte uit de Martinikerk is overbodig geworden, maar waarom eigenlijk?
Archiefonderzoek werpt licht op functie én gebruik van raadspenningen, in feite metalen tegoedbonnen, en gunnen ons een blik in de praktijk van het vroegere Groninger stadsbestuur. Wanneer archiefonderzoek gecombineerd wordt met archeologisch onderzoek, komen nieuwe vragen op over de veeteelt in de 19e eeuw. Welk vlees stond bij boer Klaas Jan Klaassens anno 1844 thuis op het menu, en wat verhandelde hij naar elders?
Dat tenslotte de reconstructie van het verleden zelf ook wel eens reconstructie behoeft, laat het onderzoek naar huisplattegronden uit Romeinse tijd en Volksverhuizingstijd zien.
Hervonden Stad is een gezamenlijke uitgave van de Stichting Monument & Materiaal en de Gemeente Groningen. Het is geschreven als aanvulling op bestaande documentatie, maar bovenal om belangstelling op te wekken voor de Groninger geschiedenis.
|
Hervonden Stad 2007 geeft een overzicht van archeologie, bouwhistorie en restauraties in het voorgaande jaar in Groningen.
Soms vallen gegevens pas op hun plaats als zich nieuwe onderzoeksmethoden aandienen. Het Actuele Hoogtebestand Nederland geeft het reliëf van Nederland weer en in combinatie met oude archiefstukken is zo het landschap rond Dorkwerd 'herontdekt'. Met behulp van Mikro-Röntgenfluorescentie-analyse is onlangs de chemische samenstelling van het glasafval van de 17e-eeuwse glasoven aan het Gedempte Kattendiep bepaald.
Niet alles wat uit de lucht komt vallen, geeft reden tot geluk. De kogels die Bommen Berend op de stad afvuurde, hebben heel wat panden ernstig beschadigd. Zo ook Gelkingestraat 46-48, waar de baan van zo'n kogel aan de hand van de vernielingen in de zolderbalklaag nog is te traceren. Aanleiding voor een artikel over stenen kogels was het exemplaar dat uit de A nabij de Museumbrug werd gevist. De sterren die van het plafond van het hoogkoor van de Martinikerk naar beneden vielen, sloegen geen gaten in de vloer. Deze vallende sterren brachten steigers in het koor en gaven de aanzet voor een hernieuwde restauratie van de 16e-eeuwse schilderingen in het hoogkoor. Gaten in het plafond geven soms verrassende doorkijkjes op achterliggende vloeren of balklagen. Zo kwam in Herestraat 13 een voor Groningen zeldzaam kinder- en moerbalkengebint tevoorschijn.
Opgefleurd zijn in 2006 weer heel wat monumentenpanden. Zo kregen de oude apotheek van Tonnema aan het Zuiderpark en een herenhuis aan de Ubbo Emiussingel hun polychrome beschildering terug. Het kerkorgel van Noorddijk werd bovendien uitgebreid met een nieuw register, zodat het voller klinkt dan ooit tevoren. Niet alle glorie uit het verleden keert in het heden terug, maar oude foto's van de feestzaal van het Concerthuis én een geschilderd stadsgezicht waarop oude gevelversierselen aan de Turftorenstraat staan afgebeeld, brengen ze wel weer voor het voetlicht. Tot slot wordt de collectie deuromlijstingen in het depot van de Stichting Monument & Materiaal in de schijnwerpers geplaatst.
|
Hervonden
Stad 2006 geeft een overzicht van archeologie,
bouwhistorie en restauraties in het voorgaande jaar in Groningen.
In de jaarverslagen kijken de auteurs vanuit hun eigen invalshoek naar de
bevindingen van het archeologisch of bouwhistorisch onderzoek of naar het
resultaat van de restauraties. Wanneer ‘met andere ogen’ naar
die onderzoeken wordt gekeken, komen soms verrassende uitkomsten naar voren.
Zo rijst uit een archivalisch bestek een Groninger belastinggaarderwoning
op, een sarrieshut in zijn vermoedelijke bouwvorm.
Grondige verbouwingen laten soms licht schijnen op zaken die achter het
behang of boven het plafond verstopt waren. Een beschilderd dakbeschot met
gedrapeerde Nederlandse vlag was wellicht ooit een uiting van vaderlandsliefde
van een student op kamers. Het restant wacht thans in het depot van de Stichting
Monument & Materiaal op een passende bestemming. Gekleurd kwamen ook
de balklagen en consoles in het pand Peperstraat 14 tevoorschijn, nadat
het verlaagde plafond was verwijderd.
Met de subsidieregeling ‘Beter verbeteren’ kunnen kleine zaken
aan een pand worden gerestaureerd. Voor een huis aan de Radesingel betekende
dit het herstel van de erker en bij een wooncomplex aan de Sterrenbosstraat
het opknappen van de gezamenlijke stoep.
Voor sommige objecten is de weg naar restauratie een van lange adem. Over
het Schnitger-orgel in de Der Aa-kerk wordt al jaren gediscussieerd maar
in de Sint-Jozefkerk klinken de orgelklanken weer.
Wat er in vroeger tijden over de weg reed, wordt toegelicht in een artikel
over Groninger wielen en wagens. De houten wagen werd vervangen door de
auto en de snelle toename daarvan in de 20e eeuw leidde tot plannen voor
een 23 meter brede Lutkenieuwstraat. Naast de weg was ook het water een
belangrijk vervoerskanaal. De opgraving aan het Boterdiep ontblootte de
beschoeiing van de Cleysloot, de voorloper van het Boterdiep. |
Hervonden
Stad 2005 brengt ook in haar tiende uitgave een overzicht van archeologie,
bouwhistorie en restauraties in het voorgaande jaar in Groningen. Deze
jubileumuitgave, die extra pagina’s (176) en een register over tien
jaargangen bevat, toont een kleurrijke bloemlezing van het verleden.
Het boek biedt een podium voor de onderzoeksresultaten van het voorgaande
jaar. In letterlijke zin werd juist het podium, waarop een boerderij aan
de Westerseweg stond, onderzocht en afgegraven. Grote eikenhouten staanders
van een voorloper van dat gebouw en een 16e-eeuws bord met een opmerkelijk
handgebaar werden daarbij hervonden.
Vanuit bouwhistorisch oogpunt is ook verslag gedaan van boerderijonderzoek.
De bijzondere houtconstructie van een boerderij aan de Zijlvesterweg kon
nog wel worden ontleend maar bleef helaas niet voor de toekomst bewaard.
Vage letters op gevels - de relicten van vroegere muurreclames - staan in
deze jaargang voor eeuwig gedrukt. Een inventarisatie van deze muurreclames
leverde verrassende ‘vondsten’ op. Klein van stuk, maar MIT
GLUCK soms toch goed leesbaar, zijn de teksten op goudkleurige rekenpenningen,
die teruggevonden zijn in de stad. Vaak wordt een voetnoot van de geschiedenis
ontrafeld uit dode materialen. Verkoolde zaden werpen nieuw licht op de
voedingsgewoonten van de oerbewoners van een wierde aan de Friesestraatweg.
Een gedegen houtonderzoek in het depot van de Stichting Monument & Materiaal
onthult de ware houtsoort van zeventig paneeldeuren, waaronder de 19e-eeuwse
studeerkamerdeur van archivaris Feith. Vroegere stadjers verfraaiden eens
hun woningen met ‘zuurstokroze’ stucwerken trofeeën in
de gang, met ‘iriserend’ behang in de kamer of met ‘paarse’
leien op het dak.
|
Hervonden Stad 2004 is een jaarboek dat met haar geschriften tal van geheimen prijsgeeft die normaal verborgen liggen in de bodem of verstopt zijn achter bijzondere voordeuren. Fijnkorrelige zandlaagjes, ooit bezonken in de bedding van de Oer-Hunze onder het UMCG-terrein (AZG), werpen nieuw licht op de ouderdom van bepaalde grondlagen. Klingen, vuursteenkernen en een Zonhoven-spits verraadden de plek van een kampement van rendierjagers op de zandrug bij Hoogkerk.
Van steentijd naar steenhuis is in dit boek slechts een kleine tijdssprong. Steenrode bakken met gekraste motieven hadden voor de toenmalige bewoners op de kasteelterreinen bij de Zernikelaan zeker een functie, maar welke? De kleuren rood en groen in de glas-in-loodramen van het Logegebouw van de Vrijmetselarij hadden vooral een symbolische betekenis.
Kleurnuances bepalen ook sterk het werk van monumentenambtenaren. Nieuwe verflagen op de gevel leiden soms tot een dispuut. Voor een groot pand aan het Hereplein lag de keuze tussen koninklijk of keizerlijk geel. Bij een villa aan de Nassaulaan bleek zelfs dat de architect was afgeweken van zijn ingekleurde ontwerptekening.
Naast steen was ook hout belangrijk én de handel daarin. Een diepgravend onderzoek op het terrein van de voormalige houthandel Nanninga legde de plattegrond van de oudste boerderij van Groningen bloot. Van deze houten constructie restten slechts de paalkuilen. Bij een inventarisatie aan de Aduarderdiepsterweg dook een onderdeel van een ankerbalkconstructie op. Hiermee kunnen de bouwhistorici een reconstructie van een 17e-eeuwse boerderij schetsen. Een bijzondere vorm van houtbouw staat nog steeds in hartje stad. Aan de overkant van de Martinitoren, achter het Feithhuis, pronkt een klein Zwitsers chalet.
Schepen komen en houthandels vergaan. Van de bloeiende houthandel Van Houten aan het Damsterdiep resteert slechts het woonhuis met kantoor en een paarden- en koestal. Binnen geven beschilderde deuren van kunstenaar Gerrit van Houten kleur aan het interieur.
Kortom: het is een boek dat in geuren en kleuren de lezer meeneemt naar de nieuwste ontdekkingen in de cultuurgeschiedenis van de stad Groningen.
|
|
Een rode draad is in Hervonden Stad 2003 niet te vinden, al doen alle auteurs moeite nieuwe ontdekkingen over de Groninger geschiedenis te onthullen. Want wie vermoedt nu achter een regenpijp de bouwnaad tussen Oude Boteringestraat 36 en 38 of wie verbindt de art-nouveauwandpanelen in een café met hun oorspronkelijke herkomst 'Wijnhandel Onnes & Zoon'. Welke toekomstige theoloog weet dat hij studeert in de cel van een vroegere gevangene en wie verwacht in de tuinkoepel van Hereweg 2 een kelder onder de vloer.
Archeologische onderzoeken geven voldoende stof tot uitpluizen: aan de Zernikelaan - waar een ruitvormig grachtenpatroon is opgegraven -, maar ook de slecht leesbare randschriften van enkele zegelstempels uit de Groninger grond en in letterlijke zin de gehavende lapjes van een 16e-eeuwse jongenskniebroek uit de gracht van Alva.
Om een ontwikkeling van een gebied te schetsen, moeten soms losse eindjes aan elkaar geknoopt worden. Voor de omgeving van de Halfswegmolen aan het Boterdiep gaat die schets terug tot de 13e eeuw. De verdwenen bedrijvigheid van molens, kledingindustrie en scheepvaart in de zone langs het Eemskanaal kleurt slechts een periode van 230 jaar. Nog vers in het geheugen staan de ontwikkelingen in de naoorlogse stedenbouw en architectuur. Een introductie op de belangrijkste ontwikkelingen hierin moet zorgen voor een beter begrip van deze stedelijke patronen (art-nouveauwandversiering en een kleuterschool met olifantskoppen).
|
In krasse taal vertellen de auteurs over hun bevindingen in de stad in Hervonden Stad 2002. Ploegkrassen op het UMCG-terrein (AZG), een gehavende 200 jaar oude muurschildering in een pand aan de Herestraat, ingekraste merktekens aan de Martinitoren - eens de 'handtekeningen' van de steenhouwers - en geknipte 13e-eeuwse munten op het Zernike-terrein. Voor het achterhalen van de oorspronkelijke kleur van een pand werd er ook gekrast; maar liefst dertien verflagen werden zo verwijderd. Het onderzoek naar de ouderdom en betekenis van een 10e-eeuws riembeslag leidde tot een tocht kriskras door Europa: van Zuid-Duitsland naar Hongarije en naar het 4e-eeuwse Rome.
Om een pand te behouden, krijgt het soms een andere functie. Een voormalig brugwachtershuisje van de architect S.J. Bouma doet nu dienst als sanitaire ruimte voor waterrecreanten. Hergebruik van materiaal was in vroegere tijden niet anders: een Limburgs kerkorgel werd opgedeeld en verhuisde in 1939 naar de Martinikerk. De koopprijs bedroeg 150 gulden.
Het gezegde 'een grijs verleden' is in dit jaarboek niet van toepassing. Afbeeldingen van bouwputten tonen gekleurde grondlagen waarvan er één zelfs 130 000 jaar geleden ontstaan is. Hierin is löss gevonden: heel bijzonder in het noorden! Schilderijen van Van Wassenbergh kleurden - vermoedelijk - eens het trappenhuis van Vismarkt 40. Eén ervan, de dame met de papegaai (een schilderij van Van Wassenbergh) siert nu zelfs de omslag van dit zevende jaarboek.
|
In Hervonden Stad 2001 (uitverkocht) is te lezen dat de geschiedenis van het dorp Hoogkerk officieel begint rond 1200. Op de dekzandrug van Tynaarlo, in de wijk Ruskenveen, zijn echter bewoningssporen aangetroffen die teruggaan tot onder meer de tijd van de Hunebedbouwers.
Raadsels leveren soms mooie zoektochten op. Zo leidde de betekenis van een merkwaardig rooster van 21 kuilen uit de 12e/13e eeuw onder het Roode Weeshuis via dorpen in Drenthe en de Ossenmarkt in Groningen tot een oplossing. Een muntfibula, versierd met Arabische tekst, kan ooit meegenomen zijn door een kruisvaarder die deze mantelspeld nagemaakt heeft van een Egyptische munt.
Verrassingen gaan soms schuil achter huizen, ondergronds of in een villanaam. Bij een bouwhistorische verkenning werd een éénkamerwoning in de Hoekstraat ontdekt. Uit een ondergronds mestpakket zijn uit de gracht van Alva, behalve huisvuil, talloze 16e-eeuwse voorwerpen gehaald, zoals fragmenten van snelles (bierpullen). Villa 'Hilghestede' is gebouwd op de plaats waar eens de kinderen van het Groene Weeshuis in processieoptocht naar toe liepen.
Oplossingen voor problemen, zoals ruimtegebrek van het Noorderpoortcollege en herbestemming van universiteitsgebouwen, zijn verholpen door samenvoeging van het voormalig Natuurkundig Laboratorium en het voormalig Mineralogisch Geologisch Instituut tot een school voor middelbaar beroepsonderwijs.
Aandacht voor moderne architectuur blijkt uit het artikel over de bouw van De Papiermolen wanneer in 1948 'de behoefte ontstaat gemengd te zwemmen in parkachtige omgeving'.
|
|
Hervonden Stad 2000 laat zien dat onderzoek soms meer vragen opwerpt dan dat het kan beantwoorden, want waarom is het zwaard uit de Boteringestraat gebroken? De vraag waar plunderaar Rudolf Prediker zijn kasteel (het roversnest) had, kan echter wel worden beantwoord. Bij toeval is het 13-eeuws muurwerk op het Zerniketerrein teruggevonden. De ontwikkeling van de stad Groningen is niet te stoppen: molens worden gesloopt en houthandels verdwijnen. Een enkel maal is de ligging, zoals een boerderij in de 'achtertuin', nog een stille getuige van vroeger. Ook de panden uit de Schoolstraat vallen niet echt op maar door de grootschalige verbouwing vanwege uitbreidingsplannen van het tehuis voor daklozen was een diepgaande bouwhistorische analyse mogelijk (zie ook de webpagina van bouwhistorie).
Bij vele Groninger historische panden vonden restauraties plaats. Uniek is het plafond van papier-maché in de hal van het Hoofdstation. De restauratie had veel voeten in de aarde, omdat de materiaalkennis bijna geheel verloren was gegaan. Bij de restauratie, reconstructie en renovatie van het Wiebengacomplex (de voormalige HTS) is steeds gekeken naar de oorspronkelijke toestand. Bij grotere toevoegingen en wijzigingen is gekozen voor gedeeltelijke handhaving en aanpassing. Bovenstaande is een korte inleiding van zes artikelen uit dit jaarboek. De overige artikelen zijn: Skeletonderzoek opgraving Martinikerkhof Zz., Inkthouders uit de beerput van de Latijnse School, In muren verborgen en Houtsnijwerk als plafondversiering.
|